In dit project willen we smartphonegebruik meten bij 55-plussers aan de hand van een innovatieve methode (een applicatie op de persoonlijke smartphone die in de achtergrond het gebruik registreert). Zo kunnen we bijvoorbeeld onderzoeken hoe lang deze groep hun smartphone gebruikt of welke apps er op de voorgrond treden. Met deze informatie willen we nagaan of we via smartphone-activiteit inzicht kunnen krijgen in het cognitief functioneren van 55-plussers, en of cognitieve veranderingen en moeilijkheden gedetecteerd kunnen worden. Hieronder worden de termen 'cognitief' en 'achteruitgang' nog meer toegelicht en leggen we uitgebreid uit wat het idee is achter dit project, hoe je kan deelnemen en hoe onze applicatie precies werkt.

Indien u interesse heeft in dit onderzoek kan u zo deelnemen:

Stap 1: Vul een korte vragenlijst in online. Hierin willen we nagaan in welke mate u soms cognitieve moeilijkheden ondervindt (geen probleem als dit helemaal niet zo is, iedereen mag deelnemen).

Stap 2: Installeer de app 'mobileDNA' en laat deze minstens 6 maanden draaien op de achtergrond op uw persoonlijke smartphone.



'Cognitieve functies' zorgen ervoor dat we functioneren in het dagelijkse leven. In de psychologie verwijst deze term naar de vaardigheden die u hebt om te leren, waarnemen, denken, onthouden, spreken, concentreren, enzovoort. Onthouden welke boodschappen u nog moeten doen, een handleiding lezen om een meubel in elkaar te zetten, een gesprek voeren aan de telefoon of plannen maken voor de dag nadien, het zijn allemaal activiteiten waarvoor u cognitieve functies zoals geheugen, aandacht, taal en visueel inzicht nodig heeft.

Net zoals het lichaam en de spieren, gaan ook deze cognitieve functies langzaam achteruit bij het ouder worden. "Ouderdomsvergeten" is in die zin net zo normaal als niet meer in staat zijn om een marathon te lopen wanneer u 70 jaar bent. Als deze achteruitgang echter heel drastisch gebeurt of sterk afwijkt, spreken we van een 'cognitieve stoornis'. Personen met een cognitieve stoornis kunnen moeilijkheden ondervinden met zaken zoals concentratie, plannen maken en uitvoeren, geheugen, taal, oriëntatie of visueel ruimtelijke taken. In sommige gevallen kan dit hun dagelijks leven verstoren en hebben zij ondersteuning nodig.



Een cognitieve stoornis kan tijdelijk zijn, in het geval van een depressie of na een trauma, maar helaas ook blijvend. In dit laatste geval gaat het vaak over personen boven de 65 jaar met een vorm van 'dementie', waarbij de hersenen aangetast worden. In Vlaanderen kan men stellen dat 1,6% van de personen tussen 65 en 69 jaar getroffen wordt door een vorm van dementie. Boven de 95 jaar heeft zelfs de helft van de vrouwen dementie. De ziekte van Alzheimer is de meest frequent voorkomende vorm van dementie en kenmerkt zich door een traag progressieve achteruitgang van cognitieve functies (vooral het geheugen). Naarmate de dementie vordert kan men ook apathisch worden en een verminderende interesse tonen in sociale interacties.

In een minder ernstige vorm spreekt men van 'mild cognitive impairment', waarbij een veel lichtere afwijking optreedt van de normale achteruitgang bij veroudering dan bij dementie. Deze onopvallende vorm wordt minder snel opgemerkt door de persoon zelf of door familieleden, want iedereen vergeet wel eens een afspraak of sleutel. Maar wanneer wordt dit echt een groot probleem en wat is de kans dat het een vorm van dementie wordt? Om de achteruitgang onder controle te krijgen en hinder in het dagelijks leven te beperken van zowel de persoon als de naaste familie of vertrouwenspersoon, is het daarom belangrijk dat een cognitieve stoornis vroeg gedetecteerd kan worden.



De vergrijzing van de bevolking zal wellicht gepaard gaan met een sterke toename van het aantal mensen dat ernstige cognitieve problemen ervaart. Alhoewel cognitieve achteruitgang helaas onvermijdelijk is, kan een vroege diagnose van een cognitieve stoornis leiden tot een betere behandeling en prognose op lange termijn. Vandaag zien we echter dat de meeste ouderen pas een eerste diagnose krijgen na een uitgebreid onderzoek bij de huisarts of in het ziekenhuis, op een moment dat de problemen vaak al vrij ernstig zijn. Er is dus nood aan een innovatieve oplossing om reeds vroege signalen van cognitieve achteruitgang, zelfs al in lichte vorm, te kunnen opmerken en meten. Wij geloven dat technologie kan helpen in de gepersonaliseerde diagnostiek en behandeling van allerlei ouderdomskwalen en ziektebeelden in de komende decennia.

Dit project zet in op 'de oudere van de toekomst', want volgens een jaarlijkse enquête die media- en technologiegebruik in Vlaanderen meet zal deze steeds meer online te vinden zijn (imec.digimeter.2019). Reeds 73% van de 65-plussers bezitten momenteel een smartphone en 78% is maandelijks actief op minstens één sociaal medium (vooral Facebook en Whatsapp). In dit project willen we vervolgens de cognitieve vaardigheden van iemand meten aan de hand van digitale data verkregen uit de smartphone. Door het onderzoeken van de manier waarop een persoon zijn smartphone gebruikt krijgen we een idee van zijn of haar cognitieve toestand op dat moment. Als iemand bijvoorbeeld plots moeite heeft om tussen apps te navigeren of de telefoon ontgrendelt en vervolgens vergeet wat hij of zij wou doen, kan dit een indicatie zijn voor cognitieve moeilijkheden. Het grote voordeel van deze laagdrempelige methode is dat mensen enkel een applicatie op hun smartphone moeten installeren die vervolgens op de achtergrond draait, zonder hen te confronteren met cognitieve testen of een uitgebreid onderzoek.



Om zo goed mogelijk de verandering in cognitief functioneren over tijd te kunnen inschatten op basis van smartphonegebruik, hebben we als onderzoekers nood aan heel veel data. We zijn dus op zoek naar personen ouder dan 55 jaar met zowel - geen, beginnende of vergevorderde - cognitieve moeilijkheden, die bereid zijn om gedurende een langere periode hun smartphonegebruik te laten registreren. Daarnaast zal 2x gevraagd worden een korte vragenlijst in te vullen (bij start en einde van deelname). We meten het gedrag op de smartphone via een applicatie genaamd "mobileDNA" , ontwikkeld door Universiteit Gent, In The Pocket, en Bits of Love. Helaas werkt deze applicatie momenteel enkel op Android smartphones. Als u een iPhone heeft kan u dus niet deelnemen aan ons onderzoek. Deelnemers kunnen tijdens het project ook mee volgen en dagelijks een overzicht krijgen over hun persoonlijk smartphonegebruik op de website.

De grafieken geven bijvoorbeeld aan hoe vaak men de smartphone gebruikt per dag.



Uw privacy wordt zeker en vast gegarandeerd! We begrijpen dat het belangrijk is om te vermelden dat de app mobileDNA een strikt privacyprotocol volgt en dus niet kan registreren wat u precies inhoudelijk doet op de smartphone (bv. inhoud berichten of e-mails, foto's). We zijn enkel geïnteresseerd in zaken zoals wanneer en hoe lang u de smartphone gebruikt, of welke apps u het meeste gebruikt.

Lees verder op de pagina Deelname om te weten welke stappen u kan ondernemen om deel te nemen aan ons onderzoek.